Pre-Sale Support of Klanten Support of tussen 9.00 en 17.00 uur+31 (0)6 25283767

Kamagra - Wat is een erectiestoornis?

Kamagra - Wat is een erectiestoornis?

  1. Een erectiestoornis (ook wel afgekort met ED) is een medische aandoening, waarbij een man problemen heeft met het krijgen of behouden van een erectie. Bij sommige mannen is het verloop van de aandoening nog mild, resulterend in incidentele momenten, maar voor andere mannen is het een ernstige aandoening, waarbij zich vaak of altijd problemen voordoen. ED is de afkorting van de Latijnse naam “Erectiele Dysfunctie”.

 

  1. Vormen van erectiestoornissen zijn:
  • Het niet kunnen behouden van een erectie
  • Het niet kunnen verkrijgen van een erectie
  • De man krijgt wel een erectie, maar deze is niet hard genoeg om bij zijn partner naar binnen te gaan
  • De man krijgt wel een erectie, maar de man kan deze niet vasthouden tot het vrijen is afgelopen

 

  1. Op Wikipedia wordt een Erectiele Dysfunctie als volgt beschreven:

Een erectiestoornis (ook, ouderwets: impotentie) is het onvermogen om een erectie van de penis te verkrijgen of te behouden die voldoende is om goede geslachtsgemeenschap te kunnen hebben. Dit is onafhankelijk van het vermogen tot het hebben van een zaadlozing en onafhankelijk van de vruchtbaarheid van de man. Meestal wordt impotentie aangeduid met "erectiestoornis", daar impotentie een vrij beladen term is en nogal eens (foutief) ook voor de andere seksuele problemen wordt gebruikt, met name de sekslust en te vroeg klaarkomen. De term impotentie kan wel in samenhang met die problemen worden gebruikt, maar de problemen als specifiek probleem vallen niet onder impotentie.

Ongeveer een 17% van de mannen in Nederland vanaf 18 jaar kampt met een erectiestoornis. De ICD-10 maakt onderscheid tussen impotentie van organische oorsprong (N48.4) en psychogene impotentie (F52.2).

  1. Over erectiele disfunctie is in 1993 door de Nederlands Vlaamse Vereniging voor Impotentie Onderzoek (NVIO) de richtlijn “Diagnostiek en behandeling van erectiestoornissen” opgesteld. Deze richtlijn door de Nederlandse Vereniging voor Urologie overgenomen en wordt dus ook in Nederland gebruikt als maatstaf. Erectiele disfunctie is hierin gedefinieerd als een voortdurend of terugkerend onvermogen een erectie te krijgen of vol te houden tot de voltooiing van de seksuele activiteit (in afwezigheid van een voortijdige zaadlozing).

 

Wat kan de man zelf doen?

Op internet zijn er verschillende websites waar een man een test kan doen om vast te stellen of er bij hem sprake is van een erectiestoornis. Zo kan hij meer leren over de feiten en kenmerken van een erectiestoornis en hier eventueel zelf over praten met zijn partner en/of arts. Meer kennis over zijn onvermogen tot een erectie te komen en een goede prestatie te leveren in bed, kan hem helpen over zijn schaamtegevoel heen te stappen en de dialoog met zijn partner aan te gaan. Hieronder is een aantal opties weergegeven die de man met een erectiestoornis heeft om zijn probleem onder ogen te zien en een oplossing hiervoor te vinden:

 

  1. Kennis vergroten van zijn erectiestoornis

 

De man kan steviger in zijn gesprekken met artsen en hulpverleners staan als hij meer begrip heeft van zijn lichaam, prostaat en hoe een erectie daadwerkelijk ontstaat. Maar hoe ontstaat een erectie precies en wat zijn de verschillende fases van een erectie? Dat wordt hieronder uitgelegd:


De penis bevat drie cilinders van sponsachtig weefsel die over de hele lengte van het lid lopen. Deze cilinders bevatten ontelbare spiercellen en bloedvaatjes die tijdens een erectie vollopen met bloed. Hoe meer bloed de cilinders bevatten, hoe groter en steviger de erectie. Een penis in volle erectie bevat acht maal meer bloed dan een slap lid. De penis bevat naast bloedvaatjes en spiercellen ook kleine zenuwuitlopers die geprikkeld worden bij seksuele stimulatie waardoor de bloedvaatjes zich openen en de spiercellen ontspannen. Wanneer één van deze schakels (bloedvaatjes, zenuwuiteinden, spiercellen) defect raakt, loopt het erectiemechanisme mank.
Naast deze fysiologische factoren die nodig zijn voor een erectie zijn, spelen ook andere factoren een belangrijke rol. Dit zijn bijvoorbeeld seksuele opwinding, een adequaat testosterongehalte (het mannelijk hormoon) en een normaal functionerende hypofyse. De hypofyse is het hersenaanhangsel waar ondermeer testosteron wordt afgescheiden en het goed functioneren hiervan is dus onmisbaar voor het verkrijgen en behouden van een erectie.

 

Een erectie ontstaat pas nadat een aantal verschillende fases zijn doorlopen. Een erectie begint zijn ontwikkeling in de hersenen. Lichamelijke en/of mentale prikkeling zorgt ervoor dat signalen worden gezonden via het ruggenmerg naar de zenuwen in de penis. Die signalen veroorzaken een relaxatie van de spiervezels rond de holten in de caverneuze zwellichamen. Die holten kunnen dan vollopen met bloed. Daarna volgt de tumescentiefase. Doordat de caverneuze zwellichamen met bloed worden gevuld neemt de penis in volume toe. De volgende fase is de fase van stijfheid. De druk neemt toe in de caverneuze zwellichamen waardoor de aders worden samengedrukt en er minder bloed kan terugvloeien. Daardoor wordt de penis stijver. Na deze fase vindt de ejaculatie plaats. Een ejaculatie of zaadlozing vindt plaats als een man maximaal is opgewonden. De ejaculatie zelf verloopt ook weer in 2 fasen: In de eerste fase wordt het sperma (zaad) in de richting van de prostaat gestuwd waar er prostaatvocht wordt aan toegevoegd en in de tweede fase trekken de spieren aan de basis van de penis snel samen. Hierdoor wordt het sperma door de penis geleid in 5 samentrekkingen. De laatste fase is het orgasme. Het klaarkomen of orgasme vindt plaats samen met de zaadlozing en dan is een erectie niet meer nodig. Dat is een periode waarin er ook echt geen erectie meer mogelijk is. De tijd tussen 2 erecties kan zeer kort zijn bij jonge mannen (enkele minuten) en veel langer bij senioren.

Een erectie kan op vele manieren tot stand komen: door aanraking van de penis, door visuele of geestelijke opwinding, bijvoorbeeld het kijken naar pornografie, het denken aan seks of seksuele fantasieën. De veel voorkomende ochtenderectie wordt vaak veroorzaakt door een lichamelijke reactie, niet door een seksueel getinte droom. De seksueel getinte droom is juist een gevolg van het hebben van een erectie tijdens de slaap. De ochtenderectie is een gevolg van een mechanisme in het mannelijk lichaam.

 

  1. Praten met zijn partner

Een erectiestoornis kan tussen de man en zijn partner in komen te staan. Het is daarom belangrijk dat de man met zijn partner gaat praten over wat er aan de hand is. De man kan het beste het gesprek beginnen door zijn partner te laten weten dat hij zich bewust is van het probleem. Daarnaast is het essentieel dat hij zijn gevoelens met zijn partner deelt. Hierbij moet hij ook open staan voor de gevoelens van zijn partner, want ook de emoties en gedachten van de partner vormen een belangrijk punt van aandacht.

 

  1. Stoppen met roken

Hoewel onderzoek niet heeft aangetoond dat erectiestoornissen vaker voorkomen bij rokers dan bij niet-rokers, is het wel bekend dat mannen met een somatische aandoening vaker een erectiele disfunctie hebben als zij tevens roken. Uit een studie in de Verenigde Staten bleek dat van de mannen die behandeld werden voor een hartziekte 21 procent van de niet rokers een erectiele disfunctie had tegenover 56 procent van de rokers. Bij mannen die behandeld werden voor een hoge bloeddruk waren de percentages respectievelijk 8,5 versus 20 procent. Bij rokende en niet rokende mannen met artritis traden vergelijkbare verschillen op. Hieruit blijkt dat stoppen met roken een gunstig effect kan hebben op de erectiele functie.

 

  1. Gezonde voeding

Een gezonde voeding kan helpen risico’s hart- en vaatziekten te voorkomen. Dit kan van invloed zijn op het vermogen een erectie te verkrijgen of te behouden. De voedingsraad geeft richtlijnen voor gezonde voeding.

 

  1. Alleen of gezamenlijk de huisarts bezoeken

Het kan een moeilijk gespreksonderwerp zijn, maar het helpt als de man zich voor ogen houdt dat de arts er is om hem te helpen en dat zijn arts al zijn medische gegevens vertrouwelijk moet behandelen. Een medische hulpverlener zal hem serieus willen helpen met zijn probleem en hier gezamenlijk met de man en zijn partner een oplossing voor willen vinden.

 

  1. Speciale zelfstandig behandelcentra (mannenklinieken) bezoeken

De huisarts kan de man doorverwijzen naar speciale mannenklinieken. Deze klinieken zijn er op gericht om de man te helpen met zijn probleem. Hij kan er zelf doe-het-zelf testen doen om vast te stellen wat bij hem de oorzaak kan zijn en of er in zijn geval werkelijk sprake is van een erectiestoornis.

 

Een partner met een erectiestoornis

Wat moet je doen als je partner seksuele problemen heeft en niet meer in staat is een erectie te krijgen of te behouden? Het komt in de beste families voor en het is niets om je voor te schamen. Toch zetten veel mannen niet zelf de eerste stap om tot een oplossing te komen van dit vaak voor hen onbespreekbare probleem. In dat geval is het tijd voor zijn partner om tot actie te komen. Maar wat kan een partner nu het beste doen? Wellicht heeft hij/zij daar zelf ook een wat ongemakkelijk gevoel bij. Toch is het wel belangrijk dat de partner over dit gevoel heen stapt en de man bijstaat in dit voor hem lastige fenomeen. Het helpt als de partner zich realiseert dat de aandoening voor veel mannen goed is te behandelen. Als de partner de reserves eenmaal opzij heeft gezet, kan hij/zij samen met de man nadenken wat voor de man in kwestie een oplossing kan zijn. Praten is hierbij heel belangrijk en een eerste stap naar een oplossing. Praten over wat er aan de hand is kan al een opluchting zijn voor de man. Het kan het taboe doorbreken en wellicht is dit al voldoende om in de slaapkamer met liefdevolle aandacht van beide partners toch tot een erectie te komen en het gezamenlijke seksleven een nieuwe impuls te geven.

Humor kan ook een manier zijn om met de erectiestoornis van de man om te gaan. Humor relativeert, haalt de spanning van het probleem af en kan er voor zorgen dat bepaalde psychische remmingen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dit klinkt makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch is het een zeer goede methode om de druk van het moeten presteren te verminderen.

Zorgverzekering

Over het algemeen wordt de behandeling van een erectiestoornis niet vergoed door de basisverzekering. Het is mogelijk een aanvullende verzekering af te sluiten, waarbij de behandeling van erectiestoornissen wel wordt vergoed. De man kan verschillende websites op internet bezoeken, zoals Independer, Zorgverzekeringvergelijker etc., en zich verdiepen in de verschillende mogelijkheden. Maar wellicht wordt de behandeling bij de reeds afgesloten aanvullende verzekering van de man wel vergoed. Hij kan hiervoor zijn huidige zorgpolis raadplegen of contact opnemen met de klantenservice van zijn zorgverzekeraar. Indien de man een budgetpolis heeft afgesloten, kan hij er van uit gaan dat vergoeding door zijn zorgverzekering niet mogelijk is.

Vragenlijsten

Voor de man zijn er verschillende elementen om de precieze oorzaken van een erectiestoornis te achterhalen. Hij kan hiervoor naar een specialist, maar zoals eerder vermeld zijn ook op internet op verschillende webpagina’s testen te vinden om de man verder op weg te helpen.

Vragen die de man dient te beantwoorden zijn ondermeer:

- Zijn de stoornissen geleidelijk aan of plots ontstaan?
- Bestaat het probleem erin dat u geen erectie kan krijgen of dat u geen erectie kan aanhouden
- Hebt u spontane erecties wanneer u slaapt?
- Hoe lang bestaat het probleem al?
- Rookt u veel?
- Drinkt u veel?
- Neemt u bepaalde geneesmiddelen?
- Bent u recent geopereerd? Wordt u behandeld voor prostaatproblemen? Vaatproblemen?
- Hebt u recent een ongeval gehad?
- Merkt u veranderingen in uw gemoedstoestand (depressief, gestresseerd&)?
- Zijn er veranderingen in uw slaapgewoonten?
- Hebt u schrik wanneer u seks hebt (bv. schrik voor een hartaanval)?
- Hebt u problemen bij het urineren?
- Merkt u andere veranderingen aan uw penis?

 

Prostaat en erectiestoornissen

Patiënten met prostaatproblemen kunnen ook erectiestoornissen hebben. Omdat prostaatklachten vaak voorkomen, zie je bij deze groep ook vaker problemen met het verkrijgen of behouden van een erectie. Een vergrote prostaat op zich geeft in het algemeen geen aanleiding tot erectiestoornissen. Behandeling hiervan meestal ook niet. Na behandeling van prostaatkanker met medicijnen, bestraling of een operatie komen erectiestoornissen echter veel vaker voor.

De prostaat is gelegen net onder de blaas. Vanaf de puberteit begint de prostaat te groeien en dat leidt bij zo'n 30% van de mannen tot een goedaardige vergroting van de prostaat. Een vergrote prostaat geeft op een gegeven moment plasklachten en het kan zelfs zover komen dat de plasbuis helemaal wordt dichtgedrukt. Dan is een acute medische ingreep nodig.

Een andere aandoening aan de prostaat geeft vaak geen klachten, totdat de ziekte in een verder gevorderd stadium is: prostaatkanker. Meestal wordt dit vastgesteld bij mannen ouder dan 70 jaar.

Prostaatklachten ontstaan ook bij een ontsteking van de prostaat. De oorzaak hiervan is vaak gelegen in een blaasontsteking.

Viagra
In de jaren negentig van de vorige eeuw is voor het eerst een symptoom bestrijdend middel tegen impotentie op de markt gekomen onder de naam Viagra. Daarna volgden nog twee andere middelen: Cialis en Levitra. De werkzame component van Viagra, sildenafil, versterkt de werking van NO dat in het lichaam als signaalmolecuul voor de erectie dient. Viagra en Levitra (werkzame stof vardenafil) zijn kortwerkende middelen en na inname 4-5 uur beschikbaar voor hun werking. Cialis (werkzame stof tadalafil) is een langwerkend middel en na inname 36 uur beschikbaar voor zijn werking.

Andere middelen
Andere middelen zijn een injectie in de penis met papaverine, een stof met vaatverwijdende eigenschappen. Ook kan een vacuümpomp uitkomst bieden. Hiermee kan het bloed in de zwellichamen gezogen worden. Met de juiste apparatuur is snel een complete erectie en zaadlozing mogelijk. Deze techniek is ook toepasbaar als medicijngebruik ongewenst of verboden is. Verder hoort een operatief geplaatste prothese ook tot de mogelijkheden. Het is een hulpmiddel dat de penis niet geheel stijf maakt maar een penetratie is wel mogelijk.

Aanpassing richtlijn “Diagnostiek en behandeling van erectiestoornissen”

De introductie van Viagra in 1998 heeft het probleem van erectiestoornissen in Nederland beter bespreekbaar gemaakt en geleid tot een toename van de hulpvraag in de eerste en tweede lijn. Hierdoor was ook herziening van de richtlijn “Diagnostiek en behandeling van erectiestoornissen” noodzakelijk.

 

Deze richtlijn is geschreven met de bedoeling dat zij bruikbaar is voor alle hulpverleners die geconsulteerd worden door mannen en paren met erectieproblematiek. Dat betreft huisartsen, urologen en seksuologen, maar ook voor neurologen, cardiologen, internisten, revalidatieartsen en geriaters alsmede psychiaters en psychotherapeuten kan kennisname van deze richtlijn zinvol zijn.

 

Uitgangspunt is dat iedere patiënt met erectiele disfunctie de behandeling verdient die het beste bij hem past. Soms is een erectiele disfunctie een (eerste) symptoom van een onderliggende medische en/of seksuologische stoornis, die in de anamnese geïdentificeerd kan worden en een gerichte behandeling aangewezen is. Een arts die zich laat verleiden een symptomatische behandeling in te stellen zonder naar ”de man achter de penis” en diens situatie te kijken, loopt het gevaar om behandelbare aandoeningen of onderliggende somatische, seksuele, psychologische of relationele factoren te missen.

 

Vaak is er echter bij een erectiestoornis geen duidelijke onderliggende oorzaak aanwijsbaar of wordt de disfunctie in stand gehouden door een scala van complexe factoren. De patiënt komt dan in aanmerking voor een vorm van symptomatische behandeling. De succespercentages van de verschillende behandelingen blijken elkaar niet zoveel te ontlopen. Het slagen hiervan wordt in belangrijke mate bepaald door de acceptatie van de methode door de patiënt en diens eventuele partner. Dat houdt in dat hulpverleners zich terughoudend dienen op te stellen als het gaat om het vaststellen van de door de man benodigde behandeling. De voorkeuren van de patiënt en diens partner dienen daarbij de doorslag te geven

 

De professional en de hulpvraag bij een erectiestoornis

Maar hoe gaat en medisch professional nu om met de hulpvraag bij een erectiestoornis? Bovengenoemde richtlijn is hier speciaal voor ontwikkeld en bestaat uit verschillende stappen.

 

De eerste stap bestaat uit het vaststellen van de hulpvraag en de aanwezigheid van oorzakelijke factoren door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek en eventueel laboratoriumonderzoek. De hulpverlener is zich ervan bewust dat veel mensen niet gewend zijn over seksualiteit te praten. Aandacht voor de communicatieve barrières is derhalve van groot belang. Er dient een vertrouwensrelatie te ontstaan waarbinnen men samen in staat zal zijn de mogelijk complexe problematiek te doorgronden en tot een oplossing te brengen. Daarnaast moet de hulpverlener zich realiseren dat niet iedereen een monogame en/of heteroseksuele relatie heeft.

 

Bij de tweede stap wordt de voorgeschiedenis besproken en de hulpvraag in kaart gebracht. Begonnen wordt met een gestructureerde seksuologische, lichamelijke en psychosociale anamnese. Door middel van de seksuologische anamnese vormt de hulpverlener zich een beeld van de aard, het beloop en de ernst van de erectiele disfunctie en de psychosociale context waarin het probleem zich afspeelt. Een belangrijk onderdeel hiervan is de identificatie van de verschillende risicofactoren. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen lichamelijke en psychologische risicofactoren. Hierbij kan de professionele hulpverlener gebruik maken van de Leiden Impotence Screening Test (LIST).

 

Daarnaast is het van belang de wensen en verwachtingen van patiënt en (eventuele) partner boven tafel te krijgen. Het is van belang dat de patiënt eerst in zijn eigen woorden zijn klacht omschrijft, waarbij de hulpverlener alleen vragen stelt om duidelijkheid te krijgen. Vervolgens zal de professional navraag doen naar een aantal essentiële punten:

 

  • wanneer is de erectiele disfunctie ontstaan?
  • hoe is deze ontstaan en in welke situatie doet het
  • probleem zich voor (primair/secundair, permanent/
  • situatief)?
  • is er nog wel eens een nachtelijke en/of ochtend-
  • erectie?
  • doet de erectiele disfunctie zich ook voor bij masturbatie?
  • heeft de patiënt zelf een idee wat de oorzaak zou kunnen zijn van zijn seksuele probleem?
  • is de zin in seks de laatste tijd veranderd?
  • kan de patiënt seksueel opgewonden raken en gaat dat even gemakkelijk als vroeger?
  • zo ja, wat zijn dan de lichamelijke reacties? Wordt de penis stijf?
  • als er een erectie is, lukt het dan daarmee de vagina van de partner te penetreren?
  • wordt de erectie behouden tot de ejaculatie?
  • heeft de patiënt wel eens een zaadlozing vóór hij dat wil? Of laat de zaadlozing wel eens te lang op zich wachten?
  • beleeft de patiënt meestal een orgasme?
  • wordt er wel eens pijn ervaren bij het vrijen (penis of andere lichaamsdelen)? En de partner?
  • hoe reageert de partner op de situatie?
  • heeft de partner ook een seksueel probleem?
  • breng het seksuele toneel in kaart (o.a. wie neemt initiatief, wat is de frequentie, is er ook non coïtale seks, welke houdingen worden ingenomen)
  • is de stimulatie adequaat en heeft de patiënt op dit punt realistische verwachtingen?
  • hoe zou de patiënt de kwaliteit van de relatie willen omschrijven?
  • zijn er negatieve seksuele ervaringen in het verleden?
  • zijn er aspecten in de seksuele relatie die wél goed zijn?
  • zijn er spanningsbronnen in relatie, gezin of werksituatie?
  • is er co-morbiditeit, operaties in het verleden en gebruikt de patiënt medicatie?
  • rookt patiënt, gebruikt hij alcohol of drugs?
  • wat verwacht de patiënt van de hulpverlener?

 

Lichamelijk onderzoek maakt onderdeel uit van het stappenplan, maar dit zal in de dagelijkse praktijk niet van doorslaggevend belang zijn. De bijdrage hiervan aan het stellen van de diagnose erectiele disfunctie is in het algemeen namelijk nogal beperkt. Het onderzoek is voornamelijk gericht op het vinden van bijkomende aandoeningen, in het bijzonder van cardiovasculaire of endocriene aard. Ook kan het lichamelijk onderzoek gebruikt worden om vragen van de patiënt over zijn onderlichaam te beantwoorden en eventuele onzekerheden hierover weg te nemen. Bij het lichamelijk onderzoek wordt met name gelet op de volgende aspecten:

 

  • inspectie en palpatie van de penis op afwijkingen (deformiteit, fibrose en plaques)
  • gynaecomastie en tekenen van hypogonadisme in het bijzonder testisatrofie.
  • voorts wordt de bloeddruk gemeten.

 

Routinematig neurologisch onderzoek wordt niet geadviseerd omdat de waarde ervan onduidelijk is. Ook laboratoriumonderzoek is doorgaans niet noodzakelijk. Bepaling van de testosteron- en prolactinespiegel is pas aan te bevelen als uit de voorgeschiedenis blijkt dat er behalve van een erectiestoornis tevens sprake is van verminderde seksuele responsiviteit. Je kunt hierbij denken aan verminderde frequentie van seksueel verlangen en verminderde seksuele gedachten en fantasieën van nachtelijke seksuele respons. Natuurlijk is laboratoriumonderzoek ook aan te bevelen als er bij lichamelijk onderzoek aanwijzingen worden gevonden voor endocriene afwijkingen. Omdat erectiele disfunctie een teken kan zijn van achteruitgang van de conditie van het hart- vaatstelsel, wordt bepaling van de cholesterol/HDL geadviseerd bij mannen die volgens de daarvoor geldende risicotabellen op grond van leeftijd, bloeddruk, diabetes mellitus en rookgewoonte in aanmerking zouden kunnen komen voor behandeling. Daarnaast is gezonde voeding conform de adviezen van de Voedingsraad van belang. Deze adviezen zijn beschreven in de Consensus cholesterol en de Standaard cholesterol.

 

In voorkomende gevallen wordt tegelijkertijd de nuchtere glucosespiegel bepaald.

Routinematig onderzoek naar de aanwezigheid van diabetes mellitus of hypothyreoïdie wordt niet aanbevolen.


 

De relatie tussen chronische aandoeningen en erectiestoornissen
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er een samenhang is tussen erectieproblemen c.q. erectiele disfunctie (ED) en chronische aandoeningen zoals diabetes of suikerziekte, verhoogd cholesterol of een gestoorde vetspiegel, hoge bloeddruk en psychologische /psychiatrische stoornissen. Hierbij wordt echter niet of nauwelijks ingegaan op de behandeling ervan.

Diabetes of suikerziekte
Bij mannen met langdurig bestaan van diabetes komt ED in meer dan 50% van de gevallen voor. Deze ED kent daarbij vele oorzaken zoals aantasting van de bloedvaten en zenuwen naar de penis, een functieverlies van het erectieweefsel in de zwellichamen en een verlaging van het mannelijk geslachtshormoon Testosteron. Daarbij kunnen ED en diabetes leiden tot een negatief zelfbeeld en aanleiding geven tot depressie en angst.

Verhoogd cholesterol of een gestoorde vetspiegel

Uit literatuuronderzoek blijkt dat een gestoorde vetspiegel een van de grotere risicofactoren is voor het ontstaan van ED. Ongeveer 26-70% van de mannen met ED hebben een verhoogde cholesterolspiegel in het bloed; omgekeerd blijkt dat behandeling met statines, (stoffen, die het cholesterol kunnen verlagen), na 6 maanden de kwaliteit van het seksleven significant kan verbeteren. De oorzaak moet gezocht worden in een verminderd vermogen van het erectieweefsel van de penis om uit te zetten door een te hoog cholesterol. Daarnaast kan een te hoog cholesterol slagaders doen dichtslibben, de kleinste vaten het eerst (=arteriosclerose), waardoor de bloedtoevoer naar de penis als eerste wordt verminderd.

 

Hoge bloeddruk
Uit studies blijkt dat mannen met ED in 17-25% te maken hebben met hoge bloeddruk (=hypertensie). In het algemeen kan gesteld worden dat ED tweemaal zo vaak voorkomt bij mannen met hoge bloeddruk ten opzichte van mannen met een normale bloeddruk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat medicamenten voor ED zoals Viagra en Tadalafil, de bloedvaten naar de penis verwijden en ook een lichte bloeddrukdaling geven. Zo’n vaatverwijding is nodig om voldoende bloedtransport naar de penis mogelijk te maken voor een goede erectie; bij hoge bloeddruk zijn bloedvaten juist vernauwd.

Helaas hebben bepaalde medicamenten tegen hoge bloeddruk ED als bijwerking, met name sommige middelen die vocht afdrijven (thiaziden) en zogenaamde bètablokkers. Een bètablokker die deze bijwerking veel minder heeft is Nebivolol. Voor mannen met hoge bloeddruk én ED zijn zogenaamde angiotensine receptor blokkers de beste keus.

Psychologische en psychiatrische stoornissen
Bij mannen met ED wordt een wijd palet aan psychologische en psychiatrische symptomen waargenomen zoals depressies, angst, faalangst en een gebrek aan seksueel verlangen. Daardoor treedt een daling van hun tevredenheid over hun seksleven op. Soms gaat dit gepaard met een te laag testosteron in het bloed. Ook kan depressie zelf ED veroorzaken. Helaas is ED ook nog eens een zeer bekende bijwerking van middelen tegen depressie: tenminste één derde van mannen die deze middelen gebruiken voor hun depressie klagen over seksuele bijwerkingen. Bupropion is een middel dat zich hiervan onderscheidt: het heeft minder seksuele bijwerkingen. Een effectieve behandeling van ED met bijvoorbeeld Tadalafil of Testosteron (bij een bewezen tekort) kan er toe leiden dat middelen tegen depressie kunnen worden verminderd of gestopt.

ED treedt vaak op als gevolg van bovenvermelde chronische aandoeningen en is vaak een “vroeg symptoom” van. ED is daarbij dus te beschouwen als een waarschuwingssignaal voor deze chronische aandoeningen met name bij hart- en vaatziekten. Bij mannen met ED dient derhalve nader onderzoek te worden verricht naar deze chronische aandoeningen teneinde deze op te sporen en tijdig te behandelen.